Gamesopleidingen schieten als paddestoelen uit de grond. Dat zorgt voor nieuwe problemen, maar biedt ook een hoop kansen.
GEPUBLICEERD IN CONTROL NUMMER 5Op 19 oktober 2007 werd de Nederlandse gamesindustrie volwassen. Op die dag ging het onderzoeksprogramma ‘Game research for Training and Entertainment’ (GATE) van start. Met maar liefst 19 miljoen euro op zak gaat het programma Nederland op de kaart zetten als “topspeler in Europa”.
Onzin natuurlijk, het feit dat een zwaar gesubsidieerd onderzoek start betekent niet per definitie dat het werkveld ineens volledig geëmancipeerd is. Toch is het een teken aan de wand. Zodra universiteiten en andere wetenschappelijke instituten een onderwerp claimen (of in dit geval ‘gijzelen’ zoals een studiodirecteur zich liet ontvallen) wordt het nieuwe vakgebied wel serieus genomen. Wat volgt is een explosie aan opleidingen.
Linksige types
Wat nu gebeurt met het ‘vak’ gamesontwikkelaar, zagen we een tijd terug in de journalistiek. Decennia lang was er in Nederland één mager HBO-schooltje waar linksige types door nog linksere docenten het vak werd aangepraat. Ouders haalden hun wenkbrauwen op voor kroost dat ‘journalist’ wilde worden. Die houding sloeg om toen de eerste doctorandussen Communicatie het licht zagen, snel gevolgd door post-doctorale journalisten, professoren Journalistiek en inmiddels biedt elke HBO of universiteit wel een minor of major Journalistiek.Maakten onderwijskundigen zich al zorgen over de snelheid waarmee het journalistiek onderwijs groeide, de explosie genaamd gamesonderwijs moet hen helemaal de angst om het hart doen slaan. En misschien ook wel terecht. De journalistiek worstelt immers nog steeds met een gebrek aan meetbare kwaliteitsnormen. De Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) heeft nog geen opleiding afgekeurd, maar studenten krijgen een papiertje in hun handen gedrukt dat elk jaar minder waarde heeft – met name in het HBO. Uitgeverijen klagen over het gebrek aan basiscompetenties bij jonge journalisten en zitten ondanks de vele sollicitanten met bergen nauwelijks te vervullen vacatures. Veel van de problemen zijn terug te leiden op het feit dat de journalistiek een vrij beroep is en daarmee zijn ze dus ook van toepassing op gamesdevelopment.
Hype?
De huidige status van het gamesonderwijs in Nederland houdt het midden tussen hype en volwassenwording. Hype omdat de snelheid waarmee het aantal aangeboden studies en onderdelen daarvan toeneemt onverantwoord hoog is; volwassenwording omdat de eerste studenten afstuderen, in de praktijk ontdekken wat wel en wat niet zinnig was aan de opleiding en dat terugkoppelen. Zo ontstaat langzaam maar zeker een studierichting die elk jaar een stuk beter aansluit op de praktijk of met andere woorden: een stuk volwassener wordt.Een rondgang langs verschillende gamesstudio’s leert dat de tevredenheid over afgestudeerde gamesontwikkelaars over het algemeen hoog is. Voor de volledigheid moet daarbij wel worden aangemerkt dat de tevredenheid over mensen met een aanpalende studie als algemeen design eveneens hoog is. Op directe inzetbaarheid scoren de ‘echte’ gamesstudenten echter weer hoger.
Moeilijk kiezen
Als we de parallel met de journalistiek even doortrekken valt echter wel te voorspellen welke nieuwe problemen de gamesopleidingen binnenkort kan verwachten. Net als rechten op universitair niveau is de brede journalistiek-studie op HBO-level aantrekkelijk voor schoolverlaters die moeilijk kunnen kiezen. Dat van-alles-een-beetje-imago kleeft ook aan gamesdesign: programmeren, illustreren, story-telling, projectmanagement. Als de opleidingen niet heel specifieke majors aanbieden lopen ze binnenkort over met slecht gemotiveerde studenten die na hun tweede jaar alleen nog colleges bijwonen om toch maar een diploma te halen (zie ook: column op pag 39).Domme politici
Het aantal studenten dat momenteel graag een gamesstudie volgt is al groter dan het aanbod (waarmee overigens de hausse aan nieuwe opleidingen is verklaard), maar of dat zo blijft hangt natuurlijk ook een beetje af van het imago van de branche. Zolang politici als Justitie minister Hirsch Ballin en Tweede Kamer-lid Jeroen Dijsselbloem ongestraft op een wat domme maar uiterst schadelijke wijze de gamesindustrie gelijk blijven stellen aan ‘adult entertainment’ zullen potentiële studenten het nog moeilijk krijgen een gamesstudie aan hun ouders te verkopen.Zo ver is het nog niet en naar verwachting zal het verschil in vraag en aanbod nog wel even blijven bestaan. En daarmee komen we bij wellicht de grootste uitdaging van gamesopleidingen in Nederland: docenten.
Het is een makke van de meeste beroepsopleidingen – een gebrek aan docenten die zowel ervaren zijn in het vak dat ze onderwijzen als de capaciteit hebben die kennis ook daadwerkelijk over te brengen. Succesvolle gamesdesigners zijn vooral dat: succesvolle gamesdesigners met een overvolle agenda. Een ervaren middenmoot daar net onder bestaat nog niet, daar is de branche simpelweg te jong voor.
De oplossing zoals die steeds vaker wordt voorgesteld is deze: compenseer bedrijven die werknemers een dagdeel per week beschikbaar stellen voor onderwijs. Daarmee kan in elk geval een deel van de behoefte worden ondervangen. Totdat er bij de werkgever een deadline akelig dichtbij komt. Hoeveel studio’s laten hun mensen voor de klas staan midden in crunch time?
De gamesindustrie staat niet alleen voor deze uitdaging. Het is – zoals gezegd – een generiek probleem binnen het beroepsonderwijs, maar wellicht kan een zo jonge en vooral creatieve bedrijfstak dit probleem zelf oplossen (en er zo voor te zorgen dat de gamesdevelopers van morgen capabele werknemers zijn).
Nut van gamesonderwijs
Die overheid hoeft trouwens niet te twijfelen over het nut van gamesopleidingen: die zijn onbeschrijflijk belangrijk. Nederland profileert zich (of wil dat) als kenniseconomie. Een van de snelst groeiende branches is de gamesindustrie. En als we daarvan meer willen profiteren dan alleen met een toegenomen vraag naar sales en marketing managers, hebben we developers nodig. En hoewel we tot nu toe de gaten nog redelijk weten te vullen geprofessionaliseerde hobbyisten en anders opgeleiden – er komt een moment dat een tekort aan goed opgeleide developers gamesprojecten laat struikelen. Als dat vaak gebeurt worden Nederlandse studio’s een onaantrekkelijke partner voor publishers en is het snel einde verhaal. |
België?
In deze onderwijs special richten we ons alleen op Nederland. Niet dat in België geen gedegen gamesonderwijs is, maar om zo volledig mogelijk te blijven hebben we het moeten verdelen. Nederland komt dus als eerste aan de beurt. België volgt op een later moment.







