“Soms zijn juist de absurde oplossingen de meest efficiënte”
GEPUBLICEERD IN CONTROL NUMMER 14
De hobbyisten van toen werken in de gamesindustrie van vandaag. Wat kunnen we leren van de demo scene en home-brew van toen?
Met de introductie van de eerste homecomputers ontstonden twee soorten gebruikers. Je had de ‘brave’ consumenten, die nog met enig respect naar hun vreemde nieuwe apparaat keken. Ze waren al trots als ze een programma van floppy of cassette in konden laden, en dachten dat het heel handig zou zijn om hun platenverzameling in een database in te voeren. Aan de andere kant had je de ‘hackers’, voor wie de in handleidingen omschreven begrenzingen eerder een uitdaging waren dan een stopbord. Voor wie de microprocessor iets was dat getemd moest worden om vervolgens voorbij de fabrieksspecificaties te jagen.
Slaapkamer
Deze groep, die nog steeds oneerbiedig ‘slaapkamer programmeurs’ wordt genoemd, legde zich vooral toe op het schrijven van ‘demo’s’: programma’s als showcase van de audiovisuele mogelijkheden van de hardware en de inventiviteit van de makers. Demo programmeurs vonden elkaar via BBS-en en club bijeenkomsten, vormden teams en schreven zo nog flitsender demonstraties van hun gezamenlijk kunnen.
“Ik was 19 toen ik voor het eerst met een computer in aanraking kwam,” vertelt Jurjen Katsman, nu 31. Inmiddels is hij eigenaar en algemeen directeur van Nixxes, een bedrijf dat technologie voor Crystal Dynamics ontwikkelt. Zo werkte hij onder andere aan de meest recente Tomb Raider games. “Mijn vader had een MSX gekocht, maar al snel gebruikte ik hem vaker dan hij. Eerst leerde ik om in BASIC te programmeren, en niet veel later in Z80 assembler.” Katsman kwam in contact met de demo scene. “We deden ieder waar we goed in waren. Iemand maakte de fonts, weer een ander muziek, de graphics. Ik programmeerde.”
Stevige competitie
Katsman en zijn collega demo coders stapten uiteindelijk over op de PC als favoriete platform. En hoewel de hardware veranderde, bleef het doel hetzelfde: het uiterste uit de machine halen en daarmee andere teams de loef afsteken in vriendschappelijke maar oh zo stevige competitie.
Meer met minder
Zijn ervaringen legde hem geen windeieren. “Ik heb wat van mijn demos naar Eidos gestuurd als sollicitatie en dat vonden ze leuk. Maar belangrijker nog waren de contacten die ik had gelegd met andere demo makers. Vrienden van mij werkten al bij Eidos en ze wisten wat ik kon. Dat hielp enorm.”
Inmiddels werkt hij al weer enige jaren als professioneel programmeur. “Er zijn wel dingen die ik in mijn hobbytijd heb geleerd waar ik nog steeds veel aan heb. Het is vooral een mentaliteit. Laat ik het zo zeggen: op school leren programmeurs vooral om netjes en systematisch te werken. Code moet eerst en vooral ‘maintainable’ zijn. Dat is natuurlijk prima, maar als demo programmeur leer je hoe belangrijk performance is. Hoe je meer kan doen met minder code. En je leert ‘out of the box’ denken: de fabrikant zegt dan wel dat je processor A zus moet gebruiken en processor B zo. Maar soms zijn juist de absurde oplossingen de meest efficiënte. Dat wil niet zeggen dat werken in een bedrijf minder efficiënt gaat. In tegendeel: in een professionele omgeving gaat de samenwerking vaak makkelijker en gestructureerder. Je bent met zijn allen bezig om iets moois en iets technisch te bouwen.” |







