Niet iedereen is dol op (elektronische) beveiligingen tegen piraterij.
GEPUBLICEERD IN CONTROL NUMMER 13
Vorig jaar werd er nog een massale boycot uitgeroepen toen bleek dat Electronic Arts haar game Spore dusdanig goed tegen piraterij had beschermd, dat er maar één account op een computer geïnstalleerd kon worden. Een familielid die de game onder een eigen account wilde installeren, moest een eigen spel kopen. Ook Gears of War had aan het begin van dit jaar de nodige ‘opstartproblemen’, toen als gevolg van een klein foutje in het antipiraterijgedeelte het spel van de ene op de andere dag ineens niet meer wilde starten.
Regelmatig duiken dan ook de berichten op in het nieuws dat men zich aan dergelijke beveiligingen niets gelegen laat liggen. Gehackte Xbox 360-consoles, het activeren van de iPhone maar dan zonder het verplichte bijbehorende abonnement en recent nog de zaak die Nintendo tegen een reclamebureau in Ruinerwold aanspande. Daarover meer.
De Nederlandse Auteurswet heeft de afgelopen twee decennia de nodige veranderingen doorgemaakt om het omzeilen van kopieerbeveiligingen aan banden te leggen. Midden jaren negentig van de vorige eeuw kwam dit op gang, toen men zich begon af te vragen hoe het eigenlijk moest met het auteursrecht in cyberspace. Tot die tijd moesten we het doen met cassettebandjes en videobanden, maar met de computer werd het mogelijk om kopieën te maken met exact dezelfde kwaliteit als het origineel. En met de komst van het internet werd het bovendien nog eens makkelijker om die bestanden te verspreiden. ‘Het auteursrecht spoelt weg door het elektronisch vergiet,’ schreven de bezorgde rechtsgeleerden dan ook in die periode. Tja, juristen kun je zelden betrappen of creatieve woordkeuzes.
In 1993 werd een artikel ingevoerd dat het decoderen van computerprogramma’s (de zogenaamde cracks) strafbaar stelde. De wetgever bepaalde zelfs dat het een misdrijf is, waar een half jaar brommen voor kan worden gegeven. Maar alles wat geen computerprogramma was viel daar buiten (denk bijvoorbeeld aan cd’s waar men met watervaste stift het bestandje dat kopiëren tegen ging gewoon weg kon strepen) en bovendien moest aan een hoop wettelijke eisen worden voldaan.
Daarom werd in 2004 het veel algemenere artikel 29a in de Auteurswet ingevoerd. ‘Diegene die technische voorzieningen omzeilt, handelt onrechtmatig.’ Dat wil zeggen dat degene die zich met het omzeilen bezig houden kunnen worden aangesproken door de auteursrechthebbende. Ook daar zitten nog wel een paar haken en ogen aan, want diegene moest dan wel weten of behoren te weten dat hij omzeilde, en bovendien moet het gaan om doelmatige voorzieningen. Voorzieningen die geen enkele bijzondere inspanningen of middelen vergen om te omzeilen, tellen niet mee.
Maar niet alleen degene die zelf omzeilt, handelt onrechtmatig. Ook als je als je middelen om te omzeilen vervaardigt, invoert, distribueert, verkoopt, verhuurt, adverteert of voor commerciële doeleinden bezit, moet je volgens de wetgever oppassen. Bovendien kunnen deze lieden ook via het strafrecht worden aangepakt, omdat de handel in de omzeilingsmiddelen strafbaar is gesteld.
In de eerder genoemde zaak van Nintendo tegen het reclamebureau draait het ook om artikel 29a Auteurswet. Volgens Nintendo verhandelt het bedrijf game-copiers met daarop een verveelvoudiging van de boot-code van Nintendo. Bovendien verspreidt het bedrijf software met daarin het Nintendo-racetrack logo. Het is nog even wachten op de uitkomst in deze zaak.
Wellicht wordt het elektronisch vergiet toch nog een beetje gedicht.
Evert van Gelderen & Elise Menkhorst
De Gier | Stam & Advocaten







