Games zijn vaak beschermd door rechten van intellectuele eigendom, voornamelijk het auteursrecht. Die rechten kunnen rusten op de software, maar ook op het design van het spel en de characters. De vraag is dus bij wie de auteursrechten rusten. De maker of de opdrachtgever?
GEPUBLICEERD IN CONTROL NUMMER 5
In de loop der jaren zijn games er steeds realistischer uit gaan zien. Het lijkt alsof je alles echt beleeft, maar het blijft fictie. En soms is dat maar goed ook. Anders zou ik al talloze keren door vrienden met een virtueel semi-automatische geweer tegen de vlakte zijn gemaaid.
Belangrijk bij het creëren van een realistisch ogende game is natuurlijk dat niet alleen de personages, maar ook bijvoorbeeld de voertuigen en omgevingen zo waarheidsgetrouw mogelijk worden vormgegeven. Het kan echter voorkomen, dat je als gamesontwikkelaar bij het nabootsen van deze elementen tegen juridische problemen aanloopt. Geen virtuele problemen, maar echte!
Gamesontwikkelaars aanpakken
Er bestaan namelijk objecten in de echte wereld die juridisch beschermd zijn. Denk aan bijzondere gebouwen, monumenten, beelden, schilderijen, auto’s, etc. Die objecten zijn vaak beschermd onder het auteursrecht. Dit recht biedt de makers van het betreffende originele object bescherming tegen het openbaar maken en verveelvoudigen daarvan. Dit betekent dat de maker in beginsel ook een gamesontwikkelaar kan aanpakken omdat de ontwikkelaar zijn werk in een game afbeeldt.
Is het nu zo dat je zulke objecten helemaal nooit zonder toestemming van de auteursrechthebbende mag gebruiken? Dat zou immers een haast onwerkbare situatie opleveren. Iemand die een game over Rotterdam wil maken en daarin een afbeelding van de Erasmusbrug wil opnemen, zou in principe aan de architect moeten vragen of hij dat mag. Zo’n vergaande bescherming van menselijke creaties is niet wat we met z’n allen willen. Het delen van informatie en de ontwikkeling van kunst in het algemeen zou op die manier worden afgeremd of zelfs worden geblokkeerd.
De Auteurswet heeft met dergelijke onwenselijke situaties rekening gehouden. Ten eerste is er artikel 18 Aw. Daaruit volgt dat je afbeeldingen mag gebruiken van een werk dat is gemaakt om permanent in openbare ruimtes te worden geplaatst. Voorwaarde is dat het object word weergeven “zoals het zich aldaar bevindt”. Met dit laatste wordt bedoeld dat het object in zijn omgeving wordt getoond en niet op zichzelf. Je mag dus in een game die zich afspeelt in Amsterdam best het Nationaal Monument op de Dam laten voorbijkomen. Zolang het maar duidelijk in zijn omgeving is geplaatst (je ziet naast het monument ook het plein er omheen en bijvoorbeeld het paleis).
Ten tweede kent de Auteurswet artikel 18a. Daarin is bepaald dat een incidentele verwerking van een auteursrechtelijk beschermd werk is toegestaan, mits het van ondergeschikte betekenis is in het andere werk.
ArenA
Een paar jaar geleden heeft de rechter uitspraak gedaan in een zaak over een game waarin deze regels aan de orde waren. Codemasters had een spel ontwikkeld genaamd “Club Football 2005 Ajax”. Dat is een voetbalgame waarin – zoals de naam al doet vermoeden – voetbalclub Ajax de hoofdrol speelt. Natuurlijk moest voetbalstadion Amsterdam ArenA er zo waarheidsgetrouw mogelijk uitzien. Om dat voor elkaar te krijgen werd onder meer een graffitimuur nagebootst. Die muur bevindt zich in de ArenA aan één van de korte zijden van het stadion. De wandschildering was door een zekere Tellegen ontworpen. Hij was ook auteursrechthebbende op dat werk. Tellegen had geen toestemming verleend aan Codemasters om zijn werk in de game te gebruiken. Hij vorderde staking van deze inbreuk, plus een schadevergoeding van EUR 0,15 per geproduceerd spel.
Het beroep dat Codemasters deed op artikel 18 van de Auteurswet werd door de rechter gepasseerd, omdat de Amsterdam ArenA niet kan worden beschouwd als een openbare plaats. Je moet immers een toegangsbewijs kopen om het stadion te kunnen betreden. De rechter vond echter wel dat artikel 18a van toepassing was in deze kwestie. Met Codemasters was de rechter van mening, dat de wandschildering een te onbelangrijk deel uitmaakt van de game en zodoende niet, althans niet substantieel bijdraagt aan de exploitatie van het product van Codemasters. De rechter vond ook van belang dat Codemasters bereid was geweest om Tellegen op andere wijze tegemoet te komen door onder andere zijn naam te noemen in de handleiding, aftiteling e.d. van de game. De vorderingen van Tellegen werden afgewezen.
De virtuele ArenA kan dus in tact blijven. Tot ziens in onze virtuele skybox!
Evert van Gelderen
Gier / Stam & Advocaten







