Games zijn vaak beschermd door rechten van intellectuele eigendom, voornamelijk het auteursrecht. Die rechten kunnen rusten op de software, maar ook op het design van het spel en de characters. De vraag is dus bij wie de auteursrechten rusten. De maker of de opdrachtgever?
GEPUBLICEERD IN CONTROL NUMMER 1
De motor van je kanariegele BMW starten en over je zelfontworpen circuit racen… je hoeft er niet voor achter je computer vandaan te komen. Ook een vakantiepark van Center Parcs bezoek je in virtuele vorm met je hand aan de muis. BMW en Center Parcs zijn enkele adverteerders die actief online-games inzetten in hun marketing. En er zijn er veel meer.
Met de komst van marketinggames is een nieuwe markt gecreëerd. Game developers krijgen de opdracht om custom made spellen te ontwikkelen rond een product of dienst. Natuurlijk ben je de beroerdste niet. Desgevraagd ontwerp en programmeer je een schitterend spel in de look and feel van het product. Wellicht gebruik je wat bouwstenen van een al eerder ontwikkeld spel. Op aanwijzing van de opdrachtgever wordt vervolgens nog wat bijgeschaafd aan het spel, en daarna online met die handel!
Verzuring
Meestal is het daar niet mee gedaan. De klant wil regelmatig aanpassingen aan het spel en het moet ook onderhouden worden. Er is geen vuiltje aan de lucht tot je onenigheid krijgt over bijvoorbeeld de hoogte van de facturen. De goede relatie verzuurt dan meestal snel. Geheid krijg je vervolgens mot over wie de rechten heeft op het spel. Jij als gamesontwikkelaar stelt dat het ‘jouw spel’ is. “Nee hoor”, zegt jouw ex-klant, “wij mogen doen met het spel wat we willen, het is ons spel. We hebben er aardig voor betaald, vind je niet?”
Tja, over de betaling heb jij ook wel wat te zeggen, maar dat even terzijde. Het enige dat je wilt, is voorkomen dat je voormalige klant er met jouw spel vandoor gaat. Maar wie heeft nu de rechten op het spel?
Games zijn vaak beschermd door rechten van intellectuele eigendom, voornamelijk het auteursrecht. Die rechten kunnen rusten op de software, maar ook op het design van het spel en de characters. De vraag is dus bij wie de auteursrechten rusten. De hoofdregel is eenvoudig: degene die een auteursrechtelijk beschermd werk maakt is de rechthebbende. Dus de gamesontwikkelaar is in beginsel de rechthebbende en niet de opdrachtgever. Ook niet als de opdrachtgever er (flink) voor betaald heeft. Wel heeft de opdrachtgever het recht om het spel te gebruiken waarvoor hij het gekocht heeft. Overigens is er een uitzondering op de hoofdregel bij een werkgever-werknemerrelatie, maar daar zal ik nu niet op ingaan.
valkuil in auteurswet
Vaak worden de voorwaarden voor het gebruik van een game in een contract vastgelegd. Ook de rechtenverdeling kan in het contract staan. Afgesproken kan worden dat de rechten worden overgedragen aan de opdrachtgever. Dan is de ontwikkelaar die rechten kwijt. Dat wil dan zeggen dat de ontwikkelaar de software zelf niet meer mag gebruiken. In veel gevallen is het onwenselijk om alle rechten over te dragen, omdat er wellicht bouwstenen gebruikt worden die je ook voor andere games gebruikt of wil gaan gebruiken.
Als je niets regelt, blijven de rechten dus in principe bij de ontwikkelaar. Maar let op, er zit een valkuiltje in de Nederlandse Auteurswet. Die houdt, kort gezegd, in dat als een onderneming een game openbaar maakt, alsof die game van haar is, zonder dat de echte maker wordt genoemd, de onderneming geacht wordt rechthebbende te zijn. De ontwikkelaar moet dan bewijzen dat de rechten toch (nog) bij hem liggen. Wat doen we daaraan? Voor gamesontwikkelaars is het belangrijk om bij elke overeenkomst, al dan niet in algemene voorwaarden, overeen te komen wat er met de rechten gebeurt (bijvoorbeeld alle rechten voorbehouden).
Oppassen dus met die rechten, want voor je het weet gaan ze er met je game vandoor! En dan zal je het moeten doen met een virtuele vakantie bij Center Parks, met je virtuele kanariegele BMW.
Evert van Gelderen
Gier / Stam & Advocaten







