Doorbreken op de Japanse markt is slechts weinig westerse developers gelukt, maar de aanhouder wint. Daarom stonden verschillende Nederlandse studio’s gezamenlijk op de Tokyo Game Show.
GEPUBLICEERD IN CONTROL NUMMER 10Onder de vertederende kromme Engelse leus ‘Ready for Game Time!’ gaat de Tokyo Game Show 2008 (TGS) van start. TGS is een beurs met twee verschillende gezichten. Op donderdag en vrijdag zijn de business days, de perfecte gelegenheid om zaken te doen, nieuwe mensen te ontmoeten, oude vrienden de hand te schudden en proberen je waren te slijten. Zaterdag en zondag is de beursvloer voor consumenten die in grote getale komen. Hele families maken er een dagje uit van en wandelen door de brede gangpaden tussen de stands of staan geduldig een uur in de rij voor vijf minuten spelen met de nieuwe Dragon Hunter of een ander hysterisch spel dat nooit de Japanse landsgrenzen zal oversteken.
Te midden van het visuele geweld waarmee de verschillende publishers hun waren aanprijzen staat een oranje baken van rust. Het is het Holland Paviljoen waar diverse Nederlandse game-ontwikkelstudio’s en lokale overheden zich presenteren aan Japanse gamebedrijven. De Nederlandse stand is met honderd vierkante meter een bescheiden verschijning tussen de grote jongens die soms wel een half voetbalveld ter beschikking hebben. Hoog boven de stand, als punt van herkenning staat prominent Toki Tori, het gele kuiken uit de gelijknamige WiiWare-game van Two Tribes die voor de gelegenheid tot mascotte van Nederland is omgedoopt. In het land waar gamers warm lopen voor vreemde gamefiguren als waterdruppels (Slimey’s) en Chocobo’s blijkt het een gouden greep.
Hiërarchie
Voor het Holland Paviljoen zijn vooral de business days van groot belang. De meegereisde developers hebben immers geen kant en klare speelbare games voor het grote publiek meegenomen. Zij proberen concepten, ideeën en soms een vroege demo onder de aandacht te brengen van beleidmakers van Japanse bedrijven. Door de taalbarrière, het overgrote deel van de bevolking spreekt even goed Engels als de gemiddelde Nederlander Japans spreekt, is het lastig om in een korte tijd te vertellen wie je bent, wat je doet, wat je dromen zijn voor de toekomst en waarom jouw producten de redding zijn voor de Japanse gamesindustrie. De door de Nederlandse ambassade verstrekte tolk doet zijn best om de verschillende delegaties van Japanse bedrijven rond te leiden op het Holland Paviljoen. Vaak blijft het bij vriendelijk lachen, buigen en business kaartjes uitwisselen. De inbreng van de ambassade blijkt van onschatbare waarde, want in de hiërarchische maatschappij doen Japanse zakenlieden eerder zaken met overheid, dan met een individuele Hollandse spelletjesmaker.Wat valt er eigenlijk te bereiken voor Nederlandse spellenmakers in de potentieel lucratieve, maar gesloten Japanse markt? Remco de Rooij van Triangle Studios uit Leeuwarden is meegegaan met de Nederlandse delegatie om zijn studio in het buitenland aan te prijzen als geschikte kandidaat om DS-games te maken. Work for hire dus, maar zeker ook om hun eigen droomproject Yggdrasil aan de man te brengen. De Rooij: “We hebben inmiddels een aantal DS games in de winkel liggen en daar kun je natuurlijk mooi mee schermen. Kijk eens, wij produceren games en krijgen ze uitgegeven! Maar we willen niet alleen maar games in opdracht blijven doen. Het uiteindelijke doel is om een onafhankelijke studio te zijn die zelf projecten bedenkt en uitvoert.” Zijn dag begint goed als hij meteen een mobiele telefoongame weet te verkopen aan een vertegenwoordiger van Nokia Japan.
Bloederig
Grendel Games uit Leeuwarden heeft twee games draaien op een televisiescherm. Het is de bloederige Xbox Live Arcade fighting game Slave to the Blade waarin ridders het met wapens tegen elkaar opnemen en de Wii Ware titel Diatomic, een Asteroids-achtige game met simpele graphics en controls maar hypnotiserende uitwerking. Grendel Games baas Jan Jaap Gevers voor aanvang van de TGS: “Wij wilden naar Japan om contacten te leggen met Japanse bedrijven en universiteiten. We hebben voor de beurs al goede zaken gedaan, dus alles wat hier nog gebeurt is bonus.” De games genereren redelijk wat aandacht, maar Gevers houdt een slag om de arm: “Op zo’n beurs is iedereen altijd heel enthousiast over wat je doet en wat je laat zien. Of heel beleefd. In ieder geval merk je pas weer als je thuis bent hoe concreet die interesse is.”Zoveel makkelijker
Voor Elements Interactive, de maker van Edgelib middleware voor mobiele telefoongames, lijkt de beurs vooral bedoeld als verkenning van de Japanse markt. Wouter ten Brink: “Het is moeilijk om op een dergelijke beurs technologie te verkopen. Een game-engine kun je niet eventjes uitleggen aan langslopende mensen.” Jeroen Elfferich van het Amsterdamse Ex Machina kampt met hetzelfde probleem: “We zijn net klaar met een groot project voor een bekende game, waar we de online multiplayer voor hebben verzorgd, maar we mogen er nog niks over zeggen. Het zou voor mij zoveel makkelijker zijn om uit te leggen wat ons bedrijf doet aan de hand van dat specifieke voorbeeld. Nu staan we op het Holland Paviljoen om nieuwe contacten op te doen en wellicht nieuwe afnemers van onze technologie te vinden.”Het Holland Paviljoen staat in dezelfde hal als Square Enix, Xbox en Electronic Arts, maar de overbuurman is grootste stand van hal 3, namelijk Capcom. Micha van der Meer van Whitebear kijkt dromerig naar de overkant waar lange rijen staan voor de nieuwe Street Fighter IV: “Over twee of drie jaar staan wij daar met onze MMA-game (Mixed Martial Art). Nee sterker nog, dan hebben we een hele eigen stand.” De deal is getekend, er is een exclusief contract voor vijf jaar voor het maken van games gebaseerd op de MMA licentie. Khaeon en Whitebear gaan samenwerken om de eerste vechtgame in Nederland te ontwikkelen. Voor van der Meer is de trip naar Japan onder meer om contacten te leggen met grote publishers, want juist in Japan is de belangstelling voor de gevechten groot. Maar voorlopig staat Whitebear samen met Khaeon en Elements Interactive op een hoekje van het Holland Paviljoen, met alleen een poster met een MMA logo en coming soon als bewijs van de grote ambitie.
WaterKings
Grote trekpleister is WaterWays, de iPhone game die door Khaeon is bedacht tijdens de Japan GameJam (die in samenwerking met de Nederlandse ambassade door de NLGD is georganiseerd). De trailer draait op een groot televisiescherm buiten de stand en genereert veel aandacht. Tijdens de officiële presentatie van de game staan plots opvallend veel mannen in pakken op het paviljoen. Medewerkers van de ambassade zijn gearriveerd, evenals vertegenwoordigers van bedrijven als Taito, Koei en Tecmo. Concrete zaken worden niet gedaan op de beurs, maar Khaeon baas Erik ‘t Sas is positief gestemd. De speelbare versie op zijn iPhone gaat van hand tot hand. Wouter ten Brink staat op een afstandje tevreden te kijken. Waterways draait op Edgelib technologie en dus is het succes van de game ook zijn succes. “Dit is een goed voorbeeld hoe samenwerking kan leiden tot iets moois. Ik denk dat we binnen de Nederlandse gamesindustrie wel móeten samenwerken om kansen te blijven scheppen voor onszelf.”Naast de deelnemers aan het Holland Paviljoen zijn er meer Nederlanders op de Tokyo Game Show. Zo is Guerrilla Games goed vertegenwoordigd met Killzone 2 (zie kader) en loopt de gamepers rond op zoek naar mooie beelden en nieuwe games. Televisieprogramma Gamekings is met maar liefst tien man afgereisd naar Tokio, maar neemt niet de moeite om een item te draaien op het Holland Paviljoen. Een paar cameramensen lopen wat verdwaasd om zich heen te kijken op de stand en vraagt: “Waar hebben jullie Killzone 2 staan dan?” Als blijkt dat het Holland Paviljoen niet eens de grootste Nederlandse game heeft staan, druipen ze hoofdschuddend weer af.
André Hazes
De tweede dag lijkt een stuk rustiger, maar trekt ‘s middags aan en de Nederlanders krijgen het nog druk. Aan het eind van de dag, als de melodie van de André Hazes-hit ‘Wij houden van oranje’ door de hal schalt ten teken dat de beurs gesloten is, blijken de meeste developers tevreden met de uitkomst van de business days. Micha van der Meer van Whitebear had van tevoren niet veel verwacht omdat zijn voorbereiding verre van ideaal was, maar hij bewees eens te meer dat brutalen de halve wereld hebben door doodleuk bij verschillende publishers langs te gaan om zijn producten aan te prijzen. Ook Jan Jaap Gevers puft even uit: “Ik heb mijn verkooppraatje nu al zo vaak gedaan dat ik er vanavond ongetwijfeld over ga dromen.” Jeroen Elfferich van Ex Machina is enthousiast over de trip naar de TGS: “We hadden vandaag veel afspraken en heel veel aanloop. Ik heb goede hoop dat we echt business halen uit deze dagen.”Hartjes en dolfijntjes
Erik ‘t Sas van Khaeon kijkt tevreden om zich heen. Na twee dagen van non stop meetings en presentaties heeft hij ook een hoop om tevreden over te zijn. De iPhone game WaterWays vindt hoogstwaarschijnlijk een Japanse uitgever en met MMA games staat hij weer op het punt om iets unieks in Nederland te lanceren. Niet eerder is hier namelijk een vechtspel van deze omvang gemaakt. Met de MMO The Chronicles of Spellborn was de Haagse studio ook al de eerste in Nederland. ‘t Sas: “Ja dit zijn natuurlijk de krenten uit de pap. Het is als de tatoeage artist die elke dag hartjes en dolfijntjes zet, maar dan eindelijk de kans van zijn leven krijgt om een Yakuza draak te tatoeëren. Wij hebben die unieke kans al gehad met Spellborn, we krijgen nu samen met Whitebear opnieuw de kans om iets unieks te doen met MMA. Mooi toch?” |







