Open source programmatuur lijkt allemaal vrijheid blijheid. Inmiddels zijn echter de eerste rechtszaken gevoerd over open source.
GEPUBLICEERD IN CONTROL NUMMER 11
De meeste softwareontwikkelaars gebruiken open source programmatuur. Of het nu voor een CMS-systeem is of voor een game. Neem bijvoorbeeld Yo Frankie, waarvan de game engine open source is. Open source biedt vele voordelen, in de eerste plaats natuurlijk dat de betreffende code in principe vrij te gebruiken is. Maar er zijn ook valkuilen.
Voor de duidelijkheid: we gaan ervan uit dat we hier met open source software bedoelen de programmatuur, waarvan de broncode vrijelijk ter beschikking wordt gesteld. Als uitgangspunt geldt daarbij dat iedereen de betreffende code vrij mag gebruiken, aanpassen en verder verspreiden. Het idee achter veel open source programmatuur is dat gebruikers op hun beurt de gemaakte aanpassingen openbaar maken, zodat de software collectief wordt doorontwikkeld en verbeterd.
Broncode meeleveren
Het vrije karakter van open source is echter niet onbeperkt. In de regel wordt open source software ter beschikking gesteld onder bepaalde voorwaarden, vastgelegd in een licentieovereenkomst. Door gebruik van de software (code) gaat de gebruiker akkoord met deze voorwaarden. Er is een aantal bekende open source licenties die veel wordt gebruikt, zoals de GNU General Public License. Maar op zich kan de maker van de open source code ook zijn eigen voorwaarden stellen.
In het algemeen wordt in open source licenties de voorwaarde gesteld dat de gebruiker bij zijn product de naam van de (oorspronkelijke) auteur van de open source programmatuur vermeldt, al dan niet met een copyright notice. Daarnaast wordt vaak bedongen dat de broncode van de open source software wordt meegeleverd, of in ieder geval voor de koper van het product toegankelijk is (bijvoorbeeld via internet). Sommige open source licenties gaan nog verder en eisen dat de gebruiker de broncode van de door hem aangebrachte wijzigingen of zelfs van de gehele applicatie – inclusief dus de code van zelf ontwikkelde programmatuur – vrijgeeft (de zogenaamde share-alike verplichting). Dit soort verplichtingen is bij commerciële producten niet altijd wenselijk.
Federale Hof
Vorig jaar is in de Verenigde Staten een uitspraak gedaan door het Federale Hof. Hoewel dit een uitspraak is naar Amerikaans recht, is deze ook van belang voor andere landen. De licenties worden immers internationaal gebruikt en zouden dus – idealiter – in verschillende landen ongeveer hetzelfde moeten worden geïnterpreteerd. De uitspraak had betrekking op open source programmatuur die was gebruikt in een softwarepakket voor modeltreinen. Kort gezegd kwam het geschil er op neer, dat de gedaagde partij in haar product geen copyright notice had opgenomen en niet de (gewijzigde) broncode had meegeleverd. Dit was in strijd met de licentievoorwaarden van de gebruikte open source software, aldus de eisende partij.
Het Federale Hof oordeelde dat de gedaagde partij in strijd had gehandeld met de licentievoorwaarden door na te laten om de copyright notice te vermelden en de broncode mee te leveren. Volgens het Hof maakte de gedaagde partij daardoor ook inbreuk op de auteursrechten van de eisende partij. Dit is een belangrijke conclusie, want een softwareontwikkelaar heeft een veel sterkere positie wanneer hij zich kan beroepen op auteursrechten dan wanneer er ‘slechts’ sprake is van schending van licentievoorwaarden. Bij auteursrechtinbreuk kan de rechthebbende bijvoorbeeld afdracht van de winst vorderen, beslag leggen op inbreukmakende voorwerpen of een verbod vorderen op verdere verspreiding.
Kortom, lees toch eens de kleine lettertjes van de open source licenties die je gebruikt. Zo voorkom je wellicht dat open source leidt tot ‘see you in court’.







